Jaarthema 2009
MALLEABILITY REVISITED: BEYOND THE INTERSTITIAL EXPERIENCE
In 2009 legt Expodium zich toe op het onderzoek naar de zogenaamde 'Terrains Vagues'. Deze stedelijke plekken, die gevolg zijn van de post-industriele urbanisatie, hebben een onduidelijke, onbestemde sfeer die een aantal vragen oproept. Door het inplannen van meer openbare ruimte en groenvoorzieningen en door de bouw van homogene hoogbouw ontstonden plekken waar geen eenduidige invulling voor bleek te zijn. Met de deelnemend kunstenaars richt Expodium zich op deze ondefinieerbare plekken in Utrecht. De kunstenaars doen dit door de betreffende plekken te herdefinieren middels interventies. Expodium beschouwt deze plekken als podium voor dit project; een podium dat ruimte biedt voor nieuwe ervaringen en nieuwe connecties met stedelijkheid.
De discussie die wordt gevoerd over de 'terrains vagues' wordt gepolariseerd aan de hand van twee tegenovergestelde visies.
De eerste is een aanval op de wanorde die gepresenteerd wordt door deze plekken, of die door de plekken gerepresenteerd wordt. De tweede benadrukt de potentie als vrije plekken in een urban landscape dat steeds verder gestandaardiseerd en gereguleerd wordt. De eerste opvatting stelt dat deze plekken een onacceptabel socio-economisch verval en verlatenheid representeren. Deze zogenaamde 'terrains vagues' is het tegenovergestelde van het gewenste beeld van een welvarende stad. Terwijl er gewacht wordt op toekomstige ontwikkeling om het probleem op te lossen proberen mensen de 'terrain vague' te negeren en bruikbaar te maken als bijvoorbeeld een handige parkeerplek of het een snelle make-over te geven zodat er eigenlijk niks meer aan mogelijkheden is voor zo'n plek.
De tweede opvatting stelt dat de 'terrain vague' ruimte biedt voor spontane, creatieve toe-eigening en een informeel gebruik dat anders problemen zou hebben een plek te vinden in de openbare ruimte die meer en meer onderworpen is aan de eisen van de commercie. De 'terrain vague' is de ideale plek voor verzet om naar buiten te treden, een plek die in potentie open is voor alternatieve manieren om de stad te ervaren.
Voor beide opvattingen is wat te zeggen. De eerste is wat conservatief en generaliserend, en de tweede wellicht wat te romantisch en ontkoppeld van de realiteit. Je zou de 'terrain vague' kunnen bekijken op een meer abstracte manier, namelijk als een 'interstitial (= tussenliggend) space', een tussen/transitruimte. Deze opvatting stelt ons in staat om ons perspectief uit te breiden zodat we noties kunnen meenemen die de discussie verder bevorderen.
Het interstitiele bevat niet alleen noties als openheid, poreusheid, een opening en relaties, maar ook die van proces, transformatie en locatie. Het is ook mogelijk om de interstitiele conditie te benaderen als een stedelijke herleving van 'het wilde'. Stedelijke wildernis confronteert ons met rauwe omgevingen die de problematische tegenstelling belichamen die de samenleving liever onderdrukt of maskeert. De discussie over de interstitiele plekken is niet nieuw, maar sinds hij in de jaren '90 op gang kwam heeft het nog steeds geen wezenlijke veranderingen in opvatting en benadering opgeleverd.
De 'open stad' kan volgens ons een laboratorium worden voor een intensievere ervaring die mogelijkheden biedt voor stedelijkheid, zo lang we maar niet proberen dergelijke plekken te standaardiseren. Wat wij zien als belangrijk in een stedelijke interventie is de capaciteit om te starten vanuit wat er al is en het genereren van nieuwe connecties met de realiteit, nieuwe manieren van het ervaren van en het denken over de stad.
